• Facebook
  • YouTube-vulling

UITVOERINGSVERORDENING VAN DE COMMISSIE (EU) 2023/2602

                                                                                                              UITVOERINGSVERORDENING VAN DE COMMISSIE (EU) 2023/2602
De Europese Commissie heeft ons bedrijf toegevoegd.Ningbo Zhongli Bolts Manufacturing Co., Ltd” bij de bijlage bij de antidumpinguitvoeringsverordening (EU) 2022/191
met daarin de lijst van samenwerkende bedrijven die niet in de steekproef zijn opgenomen en waarop het antidumpingtarief van 39,6% geldt voor de invoer van bepaalde ijzeren en stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
Onze TARIC-aanvullende code is "899U".
Onze fabriek produceert voornamelijk Gr8.8 10.9 12.9 zeskantbouten DIN931/933, inbusbouten DIN912. tapeinden A193 B7 van M10 naar M48.
De volgende informatie is afkomstig uit officiële documenten:
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, gelet op Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming tegen gedumpte invoer uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie ('de basisverordening'),
Gelet op Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie van 16 februari 2022 tot vaststelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van bepaalde ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China ('de oorspronkelijke verordening'), en met name op artikel 2 daarvan,
Terwijl
1. VAN KRACHT ZIJNDE MAATREGELEN
(1) Op 16 februari 2022 heeft de Europese Commissie ('de Commissie') een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van bepaalde ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen ('het betreffende product') afkomstig uit de Volksrepubliek China ('de VRC') door middel van de oorspronkelijke verordening.
(2) In het onderzoek dat leidde tot de oorspronkelijke verordening ('het oorspronkelijke onderzoek'), werd steekproefsgewijs onderzoek gedaan naar de exporterende producenten in de Volksrepubliek China overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.
(3) De Commissie heeft individuele antidumpingheffingen opgelegd, variërend van 22,1% tot 48,8%, op de invoer van het betreffende product voor de geselecteerde exporterende producenten uit de Volksrepubliek China. Voor de meewerkende exporterende producenten die niet in de steekproef waren opgenomen, werd een heffing van 39,6% opgelegd. De meewerkende exporterende producenten die niet in de steekproef waren opgenomen, staan ​​vermeld in de bijlage bij de oorspronkelijke verordening. Bovendien werd een landelijk heffingstarief van 86,5% opgelegd op het betreffende product dat werd geproduceerd door bedrijven in de Volksrepubliek China die zich niet bekend hadden gemaakt of niet hadden meegewerkt aan het onderzoek.
(4) Overeenkomstig artikel 2 van de oorspronkelijke verordening kan artikel 1(2) van die verordening worden gewijzigd door een nieuwe exporterende producent het passende gewogen gemiddelde antidumpingtarief toe te kennen voor samenwerkende bedrijven die niet in de steekproef zijn opgenomen, namelijk het tarief van 39,6%, indien die nieuwe exporterende producent in de Volksrepubliek China voldoende bewijs levert aan de Commissie dat:
(a) het heeft het betreffende product niet naar de Unie geëxporteerd gedurende de periode van onderzoek waarop de maatregelen zijn gebaseerd, dat wil zeggen van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2020 ('de oorspronkelijke onderzoeksperiode') ('Voorwaarde 1');
(b) het geen verband houdt met een van de exporteurs of producenten in de Volksrepubliek China die onderworpen zijn aan de antidumpingmaatregelen die zijn opgelegd door de oorspronkelijke Verordening ('Voorwaarde 2'); en
(c) het heeft het betreffende product daadwerkelijk naar de Unie geëxporteerd of is een onherroepelijke contractuele verplichting aangegaan om na afloop van de onderzoeksperiode een aanzienlijke hoeveelheid naar de Unie te exporteren ('Voorwaarde 3').
2. AANVRAAG VOOR BEHANDELING VAN NIEUWE EXPORTPRODUCENTEN
(5) Op 10 oktober 2022 heeft het bedrijf Ningbo Zhongli Bolts Manufacturing Co., Ltd. ('Zhongli' of 'de aanvrager') heeft bij de Commissie een verzoek ingediend om de nieuwe behandeling als exporterende producent ('NEPT') te verkrijgen en derhalve onderworpen te worden aan het tarief dat van toepassing is op de samenwerkende bedrijven in de Volksrepubliek China die niet in de steekproef zijn opgenomen, met de bewering dat het aan alle drie de voorwaarden van artikel 2 van de oorspronkelijke verordening voldoet ('het verzoek').
(6) Om vast te stellen of de aanvrager voldeed aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een NEPT, zoals vastgelegd in artikel 2 van de oorspronkelijke verordening ('de NEPT-voorwaarden'), heeft de Commissie eerst een vragenlijst aan de aanvrager gestuurd met het verzoek om bewijs aan te tonen dat hij aan de NEPT-voorwaarden voldeed. Parallel daaraan heeft de Commissie de industrie van de Unie in kennis gesteld van het verzoek van de aanvrager en haar uitgenodigd om commentaar te leveren. De industrie van de Unie, vertegenwoordigd door het Europees Instituut voor Industriële Bevestigingsmiddelen ('EIFI'), heeft commentaar geleverd met betrekking tot de naleving door de aanvrager van de NEPT-voorwaarden. De aanvrager heeft de beweringen van EIFI in een latere reactie betwist.
(7) Na analyse van het antwoord op de vragenlijst en de door de partijen ingediende opmerkingen heeft de Commissie de aanvrager bij wijze van een brief met een tekortkoming verzocht om nadere informatie en bewijsmateriaal, verzonden op 14 maart 2023. De aanvrager heeft op 31 maart 2023 op deze brief met een tekortkoming gereageerd.
(8) Parallel aan de analyse van het bewijsmateriaal dat door de aanvrager en EIFI is ingediend, heeft de Commissie de online databases Orbis, Qichacha, Aliyun en het Nationale Informatiesysteem voor Ondernemingskredieten van de Volksrepubliek China geraadpleegd voor informatie over bedrijven, waarbij alle beschikbare informatie is vergeleken met openbaar beschikbare informatie op internet.
(9) Tot slot heeft de Commissie een controle op afstand ('RCC') uitgevoerd met de aanvrager. De Commissie heeft geprobeerd alle informatie te verifiëren die zij nodig achtte om vast te stellen of de aanvrager aan de NEPT-voorwaarden voldeed.
3. ANALYSE VAN HET VERZOEK
(10) Met betrekking tot de door EIFI aangevoerde voorlopige kwesties heeft de Commissie vastgesteld dat de aanvrager geen handelaar is en dat de aanvrager de persoon die het verzoek van de aanvrager ondertekent, de juiste machtiging heeft verleend.
(11) Als eerste punt voerde EIFI aan dat de aanvrager een handelaar zou kunnen zijn omdat: (i) de beschrijving op hun website aangeeft dat zij wereldwijde kopers en Chinese producenten met elkaar in contact brengen, en (ii) zij lid zijn van de China Chamber of Commerce for Import and Export of Machinery and Electronic Products ('CCCME'), een branchevereniging die exporterende producenten vertegenwoordigde in het oorspronkelijke onderzoek. Bovendien merkte EIFI op dat de persoon die het NEPT-verzoek ondertekende een 'verkoopmanager' is, terwijl er geen bewijs is dat een dergelijke persoon namens het bedrijf aanspraken zou kunnen maken, en betoogde dat het NEPT-verzoek alleen al op die grond moest worden afgewezen.
(12) De aanvrager betwistte de bovenstaande beweringen en stelde dat de website waarnaar EIFI verwees, niet de website van de aanvrager was, maar een B2B-e-commerceplatform, CHINA.CN, dat informatie over een aantal bedrijven bevat. Bovendien stelde de aanvrager dat hij geen lid is van CCCME, maar hun website slechts gebruikt voor marketingdoeleinden, terwijl CCCME in elk geval ook fabrikanten en andere entiteiten vertegenwoordigt. Ten slotte stelde de aanvrager dat de verkoopmanager van het bedrijf het recht had om namens het bedrijf het NEPT-verzoek te ondertekenen.
(13) Ten eerste heeft de Commissie vastgesteld dat de website waarvan EIFI beweerde dat deze van de aanvrager was (CHINA.CN), inderdaad niet de officiële website van de aanvrager was. Daarom kon op basis van de beschrijving van die website geen conclusie worden getrokken over de status van de aanvrager. Ten tweede heeft de Commissie bevestigd dat de CCCME-website niet aangeeft dat de aanvrager een van de CCCME-leden is, maar dat er slechts reclame voor zichzelf wordt gemaakt. Ten slotte bleek uit de analyse en verificatie van de financiële rekeningen van de aanvrager tijdens de RCC geen aankoop van het betreffende product van derden. De Commissie heeft de bewering van EIFI daarom als ongegrond verworpen en, bij gebrek aan verder bewijs van het tegendeel, geconcludeerd dat de aanvrager geen handelaar in het betreffende product is, maar een exporterende producent.
(14) De aanvrager heeft tevens een machtiging overlegd van de uitvoerend directeur, die op grond van de statuten van de vennootschap als wettelijk vertegenwoordiger van de vennootschap is bevestigd, waarin de verkoopmanager gemachtigd wordt om namens de vennootschap het NEPT-verzoek te ondertekenen. De Commissie achtte het NEPT-verzoek derhalve correct ingediend en achtte het niet nodig om verder te onderzoeken of het verzoek op deze grond moet worden afgewezen.
(15) Met betrekking tot de eerste NEPT-voorwaarde stelde de industrie van de Unie dat de aanvrager geen bewijs had geleverd van het ontbreken van export naar de Unie gedurende de oorspronkelijke onderzoeksperiode, terwijl de aanvrager online beweert te exporteren naar 'Europa' en 'Oost-Europa', wat ook op zijn website stond gedurende de oorspronkelijke onderzoeksperiode. Het is daarom redelijk om te concluderen dat dit ook export naar de Unie omvat. In zijn reactie op de opmerkingen van EIFI merkte de aanvrager op dat export naar Europa niet noodzakelijkerwijs betekende dat het betreffende product gedurende de oorspronkelijke onderzoeksperiode naar de Unie werd geëxporteerd, en dat de Commissie het ontbreken van export naar de Unie kon verifiëren aan de hand van de bedrijfsadministratie en bij de douaneautoriteiten van de Unie.
(16) De Commissie heeft vastgesteld dat Zhongli in 2003 is opgericht, maar pas in mei 2018 een exportvergunning heeft verkregen en in 2021 aanzienlijke hoeveelheden van het betreffende product is gaan exporteren. Volgens het bewijsmateriaal dat Zhongli heeft aangeleverd, vond de eerste verkoop van het betreffende product aan de Unie in april 2021 plaats. Eerdere exporttransacties van het betreffende product, zoals blijkt uit verkoopadministraties die teruggaan tot januari 2019, waren allemaal bestemd voor derde landen in Azië en Afrika, ondanks de online beweringen.
(17) De Commissie heeft alle exporttransacties tijdens de oorspronkelijke onderzoeksperiode geverifieerd en geen bewijs gevonden van export van het betreffende product naar de Unie. In het bijzonder toonde het verkoopboek van het bedrijf geen vermelding van exporttransacties van het betreffende product naar de Unie tijdens de oorspronkelijke onderzoeksperiode, terwijl de boekhouding van het bedrijf in die periode wel overeenstemde met de jaarrekening van het bedrijf. Het geverifieerde verkoopboek toonde zelfs aan dat de eerste exportverkoop aan de Unie in april 2021 plaatsvond.
(18) De Commissie heeft de beschuldiging van EIFI derhalve verworpen. Aangezien er geen bewijs was dat de aanvrager het betreffende product tijdens de oorspronkelijke onderzoeksperiode naar de Unie had geëxporteerd, concludeerde de Commissie dat de aanvrager aan de eerste NEPT-voorwaarde had voldaan.
(19) Met betrekking tot de tweede NEPT-voorwaarde stelde EIFI dat een eenvoudige verklaring van geen relatie, die de aanvrager had verstrekt, niet kon voldoen aan de vereiste bewijslast voor deze voorwaarde. In reactie op de beweringen van EIFI legde de aanvrager uit dat een van haar twee aandeelhouders (beide natuurlijke personen) ook de enige aandeelhouder is van een andere onderneming, Ningbo Zhenhai Dongfang Materials Business Department ('Zhenhai'), die het betreffende product niet produceert of verkoopt.
(20) De Commissie bevestigde de identiteit van de twee aandeelhouders en hun aandeel in het eigen vermogen van de aanvrager in de statuten van de aanvrager. De Commissie raadpleegde ook de Orbis-database, die echter geen informatie bevatte over Zhongli of Zhenhai. De Commissie breidde het onderzoek daarom uit naar andere databases met openbaar beschikbare informatie over bedrijven in de Volksrepubliek China. Uit die databases bleek niet dat Zhenhai een exporterende producent van het betreffende product zou zijn, dat een van beide bedrijven andere aandeelhouders had dan die welke de aanvrager had bekendgemaakt, noch dat een van beide bedrijven aanvullende gelieerde ondernemingen had. Zonder bewijs dat de aanvrager verwant zou zijn aan een van de exporterende producenten in de Volksrepubliek China, concludeerde de Commissie dat de aanvrager voldeed aan de tweede NEPT-voorwaarde.
(21) Met betrekking tot de derde NEPT-voorwaarde stelde EIFI dat een verkoopdocument, zoals zichtbaar in de openbare versie van het verzoek van de aanvrager, niet volstaat om daadwerkelijke export naar de Unie aan te tonen, maar dat er ook een daadwerkelijk bewijs van invoer in de Unie moet worden ingediend.
(22) De aanvrager heeft bewijsstukken overlegd voor verzendingen van aanzienlijke hoeveelheden van het betreffende product naar de Unie vanaf april 2021, namelijk verkoopcontracten, handelsfacturen, paklijsten, cognossementen, btw-facturen en invoeraangifteformulieren van zijn klanten in de Unie. De Commissie heeft deze verkopen tijdens de RCC vergeleken met de financiële overzichten van de aanvrager. Op basis van dit bewijs heeft de Commissie vastgesteld dat de aanvrager het betreffende product inderdaad vanaf april 2021 naar de Unie heeft geëxporteerd, dat wil zeggen na de oorspronkelijke onderzoeksperiode, en heeft daarom geconcludeerd dat de aanvrager aan de derde NEPT-voorwaarde heeft voldaan.
(23) De aanvrager heeft derhalve aan alle drie de voorwaarden voldaan om NEPT te verkrijgen, zoals uiteengezet in artikel 2 van de oorspronkelijke verordening, en het verzoek van de aanvrager dient derhalve te worden ingewilligd. Bijgevolg dient de aanvrager onderworpen te worden aan een antidumpingheffing van 39,6% voor samenwerkende bedrijven die niet in de steekproef van het oorspronkelijke onderzoek zijn opgenomen.
4. OPENBAARMAKING
(24) De aanvrager en de industrie van de Unie werden op de hoogte gesteld van de essentiële feiten en overwegingen op basis waarvan het passend werd geacht om de aanvrager het antidumpingtarief toe te kennen dat van toepassing is op de samenwerkende bedrijven die niet in de steekproef van het oorspronkelijke onderzoek waren opgenomen.
(25) De partijen kregen de mogelijkheid om opmerkingen in te dienen. Er werden geen opmerkingen ontvangen.
(26) Deze verordening is in overeenstemming met het advies van het Comité ingesteld bij artikel 15, punt (1), van de basisverordening
HEEFT DEZE VERORDENING AANGENOMEN:
                                                                                                                                                           Artikel 1
Het volgende bedrijf wordt toegevoegd aan de lijst van 'samenwerkende exporterende producenten die niet bemonsterd zijn' in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191:
Aanvullende code van bedrijf TARIC
    Ningbo Zhongli Bolts Manufacturing Co., Ltd. 899U
                                                                                                                                                         Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op de publicatie ervan in het Officiële Journal van de Europese Unie. Deze verordening is in haar geheel bindend en rechtstreeks toepasbaar in alle lidstaten. Gedaan te Brussel, 22 november 2023.
Namens de Commissie
De president Ursula
VON DER LEYEN

Geplaatst op: 28 november 2023